World

8/27/2009

De eeuw van het interieur

Geachte lezer, bereidt u voor: interieurontwerp wordt de leidende ontwerpdiscipline van de 21ste eeuw. Waren architectuur en beeldende kunst in de vorige eeuw nog dominant, nu is interieurarchitectuur aan de beurt. Interieurontwerp gaat groeien in economische omvang en maatschappelijke betekenis, en interieurarchitecten worden nóg populairder bij pers en publiek. Als lezers van een vaktijdschrift als PI neemt u dit natuurlijk niet zomaar van mij aan. Iemand die zijn eerste column schrijft kan tenslotte wel van alles beweren! Sta mij daarom toe u met argumenten te overladen.

Architectuurprogramma’s op tv komen tegenwoordig alleen met subsidie of zachte dwang tot stand, interieurprogramma’s niet. Als tv-kijker gaat onze vooral uit naar het eigen huis. En dan met name naar het interieur en de tuin. Goed, die programma’s zijn vooralsnog van een bedroevend niveau maar wat belangrijk is is dat de interesse van binnenuit komt. Dichtbij, tastbaar en begrijpelijk willen we het. We laten ons niet meer voorschrijven wat we interessant vinden: design; bij voorkeur meubels, keukens, badkamers en tuinen. Klassieke architectonische waarden als het mogelijk maken van oriëntatie, en het zichtbaar maken van de bouwmethode en de interne organisatie doen er minder en minder toe. De vertrekhal of die bespreekruimte 3.31 vinden we toch wel. Wayfinding design is een florerende business met Paul Mijksenaar als ongekroonde koning. Vanwege de veiligheid worden we bovendien bijna overal opgehaald en begeleid, dus waarom zouden we zelf nog zoeken?
Steeds meer en steeds sneller bewegen we van doos naar doos. En steeds vaker gebeurt dat per rijdende of vliegende doos. Het interieur van die dozen wordt relevanter. De ruimtelijke constellatie en de identiteit of de symboolwaarde van een doos interesseert ons minder. Voor een etentje wringen we ons door stadsfiles, buitenwijken, snelwegen. We stappen uit bij een parkeerplaats, lopen 20 passen en genieten vervolgens drie uur lang in een fantastisch interieur.
De navigator in de auto brengt ons waar we wezen willen - zelfs als elk richtinggevoel, kennis van stedenbouwkundige structuren of besef van architectonische kwaliteiten ons ontbreekt. En als het dan nog niet mocht lukken brengt mobiele telefonie ons in contact met iemand die kan helpen. Een cocktail van GPS, GPRS, GSM en globalisering heeft de noodzaak van planologie, stedenbouw en in mindere mate architectuur de das om gedaan. Hoezeer Manuel Castells en Ashok Balotra ook hun best doen, hun discipline is ten dode opgeschreven. Alleen masterplanners, top-ambtenaren en Rem Koolhaas proberen nog megastructuren te begrijpen. Wij hebben het opgegeven. Waarom moeten we nog weten hoe Montparnasse ten opzichte van Gare du Nord ligt, en waarom dat zo is? We stappen tenslotte in een taxi, betalen 15 Euro (zelfs munteenheden worden geglobaliseerd) en stappen daarna in een TGV, waarin we op roodfluwelen stoelen genietend van een wijntje en een kaasje thuisgebracht worden.
Wel belangrijk is, dat we +31 voor een telefoonnummer kunnen toetsen. (Hoe maken we ook al weer die + op onze mobiel?) De morfologie van de technologische infrastructuur is wezenlijker van belang dan die van de fysieke infrastructuur. (Als we mailen vanaf een vreemd adres, moeten we dan de POP- of de SMTP-server veranderen? Moeten we bij een WIFI-hotspot DHCP of LAN het werk laten doen?) Het doet er niet meer toe of de morfologie of de organisatie van de stad deugt, of de organisatie van het gebouw. Dat zijn noties uit een voorbije eeuw waarin we moesten wennen aan grootschalige mobiliteit en emancipatie. De nieuwe ontwerpopgave is het interieur.