World

8/27/2009

Design verteert, architectuur niet

Wanneer is een architect een architect? Over die vraag kon ik, vijftien jaar geleden, avonden lang gesprekken voeren. Niet zelden onder het genot van een glaasje, zeg ik er eerlijkheidshalve bij. Felle woordenwisselingen ontstonden over vragen als: moet een architect al dan niet gebouwd hebben? Dient hij het bouwproces door en door kennen of juist het ontwerpproces? Moeten we hem op zijn artistieke, visionaire, beeldende of op zijn managerial merites beoordelen?


Ik herinner me die gesprekken het scherpst met studenten van Cooper Union uit New York, de illustere school waar John Hejduk regeerde. Studenten van Hejduk deden niets liever dan praten en ontwerpen aan de vraag: wat is architectuur. Het meest hilarische moment dat me bijstaat, is dat van een studente die het verteringsproces van een muis documenteerde. De muis zat opgesloten in een pot met honing. Ik hoor de studente nog drammerig roepen over de reportage: "It is architecture". Terwijl een dergelijke actie bij mij toch volledig andere vragen opriep.

Wat nog maar 15 jaar geleden een filosofische vraag was, is inmiddels een juridische en politieke vraag geworden. Nadat het kabinet Den Uyl al in 1975 vond dat de architectentitel beschermd moest worden, duurde het twaalf jaar voor het zo zover was. (Lubbers schoof de boel vooruit). Inmiddels zijn er dus registratieeisen verbonden aan het begrip architect. Blijft de vraag nog onbeantwoord: Wanneer kun je je als architect registreren?
Je kan je als architect registreren met een master-opleiding. In ons land moet je daarvoor naar een Technische Universiteit of naar een Academie van Bouwkunst. Op een Academie moet je er overdag bij werken, dat praktijkdeel maakt onderdeel uit van de opleiding. Universiteiten kennen geen praktijkjaar en geen stage.

Een brave universiteitsstudent Bouwkunde kan zich dus 5 jaar na zijn vooropleiding architect noemen. De kans is groot dat hij dan nog nooit een architectenbureau van binnen heeft gezien, nog nooit een bouwplaats heeft bezocht en nog nooit een opdrachtgever heeft gesproken. Laat staan dat hij met andere architecten heeft gewerkt, of dat er tekenaars voor hem werkten. In bijna alle landen om ons heen is dat ondenkbaar. Vrijwel nergens kun je je zonder de praktijkervaring architect noemen.

Dat het onverantwoordelijk is om een architect zonder praktijkervaring een flatgebouw te laten tekenen dringt langzaam maar zeker tot dit libertijnse land door. Nu wij een beetje gewend raken aan de beschermde titel van architect lijken we klaar om een stap verder te gaan en praktijkervaring te eisen. Een architect is dan pas een architect als hij ervaring heeft.

De vorige minister interesseerde zich niet zo voor deze kwestie, maar de huidige minister wel. Daarom wordt er momenteel driftig gelobbyd. TU?s zijn tegen en machtig, want ze zijn groot. Academies zijn voor. BNA is ook voor, want de beroepsgroep is erbij gebaat.

Waar het rondom de architect relatief goed geregeld is, is er voor de beroepen designer, vormgever en ontwerper niets geregeld. Laat staan dat er voor industrieel ontwerper, grafisch vormgever, mode ontwerper, illustrator, webontwerper en interaction designer normen gelden. Interieur-architect is dan weer wel beschermd.

Hoe erg is het dat het grootste deel van bovengenoemde vakbroeders een onbeschermd vak uitoefenen? Het is in elk geval begrijpelijk, de creatieve aard van onze beroepen maakt dat vaardigheden of competenties moeilijker exact te formuleren zijn. Vergelijk het met een loodgieter of een plastisch-chirurg, daarvan kan je precies omschrijven wat ze moeten kunnen. Bij een vormgever is dat veel lastiger. Een andere complicatie is dat onze beroepen als het ware tussenberoepen zijn. Vormgever is een mengvorm van een projectmanager, een werktuigbouwkundige, beeldhouwer en een marketeer. Als je de competenties van die vier beroepen optelt, krijg je een scheepslading waar een normaal mens nooit meer aan kan voldoen.

Terug naar de vraag of het erg is dat een groot deel van onze vakbroeders een onbeschermd vak uitoefent. Het mag dan begrijpelijk zijn, maar is het erg? Ik vind van wel. Titelbescherming is een mijlpaal in de emancipatie van een beroep. Het is de formele neerslag van volwassenheid en de onomstotelijkheid van een beroep. Een beetje meer onomstotelijkheid kan vormgeving en design zeker gebruiken.

Tegelijkertijd is een deel van het plezier van deze beroepen ook dat ze zichzelf nog aan het uitvinden zijn. Dat het in zekere zin aanrommelen is. Dat de muis-in-honing discussie onder de vlag van design nog wel gevoerd kan worden terwijl die discussie in de architectuur al verteerd is.