World

8/27/2009

Interview Aaron Betsky

Aaron Betsky verliet per 27 oktober 2006 het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam, om op 21 november 2006 in dienst te treden als directeur van het Cincinnati Art Museum, een van de oudste en grotere musea in de Verenigde Staten. Hier kan hij zich naar eigen zeggen "bezig houden met visuele cultuur in een breder veld".

Ik vind Nederlandse design- en ontwerpcultuur fantastisch. Ik heb vijf jaar lang mensen bij de schouders gepakt en gezegd: kijk eens hoe fantastisch het werk is, dat jullie maken. laat het niet gaan, zorg ervoor dat het sterk blijft en zelfs beter wordt.
Architecten , grafisch ontwerpers en product ontwerpers hebben te maken met globalisering, dat betekent dat NL moet internationaal concurreren. Je kan dat alleen doen door je sterkste kwaliteiten in te zetten. Ga niet spelen als de grote internationale bureaus als pentagram maar je zal dat moeten vanuit je eigen kracht, je eigen Nederlandse traditie. 

Blijven investeren
We moeten blijven investeren in de onze culturele eigenheid, we moeten dat hoog agenderen. Ik heb me gestoord aan drie kabinetten Balkenende, aan de desinvestering van wat vormgeving zo krachtig heeft gemaakt. Het directe opdrachtgeversschap door de overheid is gevaarlijk uitgekleed. Gelukkig doet rijksbouwmeester Mels Crouwel veel aan het bevorderen van goed opdrachtgeverschap. 

De overheid zou weer de sterke opdrachtgever moeten worden die hij was. De grote wongbouwcorporaties worden bestuurd door mensen uit de grote steden die het hard op de goede plek hebben zitten. 

Ze hebben een verantwoordelijkheid naar hun aandeelhouders en hun afnemers, je moet ze kunnen overtuigen dat vormgeving en architectuur een speerpunt is en dat zij als opdrachtgever een sleutelrol vervullen. 

Zwitserland
De Nederlandse overheid kan een voorbeeld nemen aan de Zwitsers. Die vrij bewust sturen op het visueel eenduidige imago, het rode kruis.

Tonic heeft de Socialistische Partij aan een zege geholpen, dat betekend dat ze ook van grote betekenis kunnen zijn voor ABN-Amro, of voor het nationale merk Nederland. Er was sprake van dat te ontwikkelen voor JP, helaas is dat op de lange baan geschoven. 

Ik heb een dialoog met Dingeman Kuilman van Premsela, stichting voor Nederlandse vormgeving. Ik vind dat je je moet concentreren op waar je echt sterk in bent. Ik vind dat je de Senseo niet hoeft te ondersteunen. Philips is een internationaal bedrijf met een internationale vormgeving. Het merk is een gewone internationale speler en dat red zich toch wel. Je moet het typisch Nederlandse ondersteunen en de bedrijven die dat entermeren, zoals koninklijke Tichelaar Makkum.

Ik heb zoveel design gedaan al ik kon, maar ik vind dat er een brede samenwerking moet komen tussen verschillende instituten van de vormgegeven omgeving. Grens tussen landschaps-, interieur- architectuur, grafische en product vormgeving zijn maan het vervagen waadoor de sectorale, op discipline gebaseerde opdeling niet zal standhouden. Zo'n ontwikkeling moet je stapsgewijs doen. Premsela en Nai zullen evalueren, mogelijk naar elkaar toe groeien.

Schotten tussen disciplines
Ik heb niet het gevoel dat de schotten tussen disciplines groter zijn geworden, de laatste jaren. Ja, het discours binnen de vakdisciplines is recentelijk intenser geworden maar uiteindelijk worden er steeds meer teams geformeerd van ontwerpers uit verschillende disciplines. 

Samenwerkingen tussen grafisch ontwerpers, interieurontwerpers en dergelijke, zoals in goede projecten van OMA. Je doet een project vanuit kennis en disciplinaire achtergrond. Rrend in ontwikkeling is. 

In het beeldmuseum in Hilversum zie je voor een groot deel niet zozeer de architectuur maar de spectaculaire vormgeving op de gevel.

Droog Design
Ik vind het ineressant dat Droog geen bedrijf is, niet een persoon maar een project dat voortdurend in beweging, in het ontwikkeling is. Het is ook heel Nederlands, ik ken nog steeds geen internationaal equivalent.

Het blijft moeilijk om architectuur en vormgeving bij een echt groot publiek onder de aandacht te brengen. Ik had graag een groter publiek willen bereiken, je zou kunnen zeggen dta dat niet gelukt is. Het is ironisch dat je voor toegepaste kunsten harder moet knokken om publiek te interesseren, terwijl het dichter bij de mensen staat.. daar zal ook wel de verklaring zitten.

Ik wilde een Jan-Vredeman, de vries tentoonstelling doen, een schilder uit de zeventiende eeuw. dat bleek niet mogelijk omdat de werken moeilijk te lenen. Ik wilde ook graag de grote Mies van der Rohe tentoonstelling naar Nederland halen, dat is niet helemaal gelukt. Team 10 heeft veel meer bezoekers getrokken dan gedacht. 

Reality maschines
Natuurlijk trokken tentoonstellingen al sdie van Herzog en de Meuron veel bezoekers. Ik had ook een vervolg willen maken op "Reality maschines", architecten en ontwerpers die een kunstmatige wereld maken, voor wie, waarom en op welke manier? 

We wilden dat doen met Premsela maar der lijkt nu toch iets niet goed te gaan. Ik denk dat realitty maschines niet typusch was voor een bepaalde tijd, of een bepaalde generatie ontwerpers, wat wel een gezegd wordt. De mentaliteit is er nu nog steeds, ik denk dus dat je dat nu weer zou kunnen doen.

Ik heb niet zo veel geschreven als ik wilde in mijn Nederlandse periode maar toch redelijk veel. Het idee van false flat was wel klaar maar het moest nog geschreven worden, ik heb het in Nederland geschreven. 

Ik ben altijd erg kritisch op mijn boeken, natuurlijk ben ik er trots op. Er zitten wel iets teveel foutjes in en het boek is te duur, dat is jammer.
Ik keer de toegepaste kunst niet de rug toe, dit museum heeft een geweldige collectie. Het interesseert mij aan architectuur en vormgeving dat het visuele cultuur is. Beeldende kunst kan soms ingrijpender en breder interveni?ren in de samenleving.