World

8/27/2009

interview met DAF

Een esthetische exercitie, DAF architecten FastFerry wachtruimte.

Architectenbureau DAF is minder eenvoudig te karakteriseren dan het lijkt. Het aan de universiteit in Delft opgeleide driemanschap heeft bijvoorbeeld geen duidelijke kopman, maar men wisselt steeds van rol. Ze praten allemaal gemakkelijk maar zijn geen van allen stellig. Ze zijn altijd zoekend, soms zelf aarzelend. Ze willen niet imponeren, maar hebben liever een open gesprek. Het bureau kan twijfel en onzekerheid hanteren. Het werk is ook niet eenvoudig te karakteriseren, omdat het divers en veelvormig is. Van planologische studies tot kleine paviljoens en van boerderij-achtige stadsvilla's tot stoere pontons. Iedere marketing adviseur zou ze aanraden een 'core-business' te gaan benoemen, of 'zichzelf te positioneren' maar DAF is juist tevreden zonder die afbakeningen.



Het genomineerde project is een volledig uit staal opgetrokken wachtruimte op het aanlegponton aan de Willemskade in Rotterdam. De snelle boot verbinding (fastferry) tussen Rotterdam en Dordrecht meert er aan. Het was de enige halte aan de route zonder wachtvoorziening. Opdrachtgever was het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam en de bouwsom bedroeg 159.000 euro.

Catherine Visser: 'Dat wij deze opdracht kregen was niet toevallig, we maakten al eens een kiosk in een recreatiepark, een mobiele tentoonstellingsruimte en een benzine station in Den Haag. Dat zijn ook allemaal sculpturale bakens geworden. FastFerry is een eenvoudige vorm die ruimtelijk heel veranderlijk is. Het getij helpt het gebouw bijzonder te maken. Bij laag water kan je soms vanaf de kade het dak niet eens zien terwijl je bij hoog water het hele ding pontificaal in je gezichtsveld staat. De Willemskade is een onstuimige plek, er moest een af te sluiten wachtruimte komen zodat passagiers niet het water in waaien. Wat wij bouwden werd gemonteerd op een al aanwezig ponton.

Ook de toegangsbrug lag er al, daar zijn we vanaf gebleven zodat het onderscheid goed te zien is.
Al bij al is het bouwwerk gecompliceerder dan het op het eerste gezicht lijkt: er zijn veel veiligheidseisen, de routing is ingewikkeld en de reactie van omwonenden was onvoorspelbaar. Er was eerder een klachtenprocedure tot aan de Raad van State geweest over de plaatsing van een aantal bomen, die het zicht wegnamen. De gemeente was erg gespannen, want dit object zou weer zicht gaan wegnemen. Uiteindelijk vindt de buurt het prachtig en zijn er geen problemen geweest.

Het ontwerpen van het object was een heel esthetische exercitie: waar moet het gebouw geplaatst worden zodat het beeld harmonisch blijft' Door de robuuste wachtruimte aan de andere zijde van het ponton te plaatsen komt het ponton qua compositie in balans. Het staat nu dus helemaal aan de rand, technisch moest het ponton daardoor gecorrigeerd worden. Er moest meer drijfvermogen worden toegevoegd. De wachtruimte maakt op een vanzelfsprekende manier deel uit van het ponton.

De hoekige, duidelijke vormgeving is een krachtig gebaar maar ook een elegant beeld. Het gebouw is monolithisch, het lijkt van gegoten staal maar feitelijk is het een constructie van U-profielen die tweezijdig in staalplaat gevangen zijn. Alle naden zijn geslepen, om de eenvormigheid te benadrukken en is het totaal in één kleur geverfd. De twee kruizen dienen voor de stabiliteit in geval van botsende schepen. Aan de rand zitten stootborden waar schokdempers achter zitten die de klappen van het aanmeren van de boten kunnen opvangen. Het werk ademt het maritieme karakter van de Rotterdamse haven uit'.

Behalve vrijstaande objecten in de openbare ruimte maakt DAF ook vrijstaande woningen, vaak met een kap als dakvorm. In de architectuurwereld zijn kapbouwers verdacht. Het wordt als een teken van gedienstigheid en nostalgie gezien en daar hebben architecten en critici sinds het modernisme een broertje dood aan. Consumenten, en via hen projectontwikkelaars, willen echter graag vrijstaande huizen met grote kappen. Er zit dus een flinke spanning tussen vraag aan aanbod in de vrije markt. Nostalgisch of zelfs sentimenteel bouwen is daardoor haast een politieke daad geworden.

DAF is niet bang voor deze begrippen, ze gaan de vragen vanuit de markt niet uit de weg. Op een schap aan de wand staan dan ook tientallen maquettes van woningen met kappen. Grote, gedetailleerde, kleurrijke maquettes. Overal zijn verbasteringen van oude boerderijtypes in te zien. De grote huizen ogen marktconform terwijl er ook aan af te zien dat er intelligent ontwerpwerk achter schuil gaat.

'Onze interesse voor historie is niet zozeer ingegeven door wat de markt wil, maar door wat wij de moeite waard vinden. Sentimenteel accepteer ik beter dan nostalgie. Nostalgie heeft iets vals, je verlangt naar een geïdealiseerde werkelijkheid. Je wil wel een boerenschuur maar niet de hardheid van het boerenleven, inclusief de stank en de armoe. Dat heeft sentiment niet, anders zou het gezegde vals sentiment pleonastisch zijn. Sentimenteel is altijd eerlijk.

Als een opdrachtgever iets nostalgisch wil, ben ik bereid die wens serieus te nemen. Historische kwaliteit wordt nou eenmaal erg gewaardeerd, oude steden worden mooi gevonden en in oude boerderijen wordt graag gewoond.

 We werden gevraagd om een vrijstaande woning te maken, in een stedenbouwkundig plan wat zo nadrukkelijk was dat je tussen de regels de boerderettes al zag staan. We hebben toen een ontwerp gemaakt dat de nostalgische vraag naar boerderette serieus neemt. Niet allen in de verschijningsvorm, een gezinswoning in een boerderijvorm, maar ook ruimtelijk. De zeer grote woonkamer is de deel met een houten kap en een schouw terwijl het voorhuis een opeenstapeling van kleine kamers is geworden'

Ook in de ferry wachtruimte speelt nostalgie een rol; het bouwwerk zou maritiem nostalgisch genoemd kunnen worden. DAF beseft zich dat er een duidelijk relatie met de kapwoningen is

'Zelfs een ogenschijnlijk rationeel en functionalistisch gebouw als de FastFerry is' k te begrijpen als havensentiment. Het is hypocriet dat een nostalgisch verlangen naar haven esthetiek vrijelijk botgevierd kan worden, terwijl een nostalgisch verlangen naar de boerderijwoning not done is.

Voor ons is de associatieve, mentale betekenis en de gefalsificeerde historische betekenis van ruimte relevant. Natuurlijk hebben we dan angst om banaal te worden. Maar ik vraag me toch nog steeds af waarom deze historische opgaven zoveel angst inboezemt bij veel collega's.