4/13/2010

Pleidooi voor traagheid.












Ik ben er niet trots en het zal met mijn leeftijd te maken (hoger dan schoenmaat) maar ik houd steeds meer van traagheid.  Traagheid is voor mij gaan leven na mijn emigratie, in Duitsland zijn veel processen namelijk trager dan Nederland.

Organisaties worden hier minder snel gereorganiseerd, waardoor instituties langer blijven zoals ze altijd waren. Zo heb je hier nog een ziekenfonds, gaan kinderen met 6 naar school en is zwembad- en schoolpersoneel ambtenaar. Door minder te veranderen zitten scholen, gemeentelijke diensten en sociale voorzieningen vaker in gebouwen waar ze al 50 jaar of langer gehuisvest zijn. Als ik voor een kinderbijslagaanvraag in de rij moet zitten, zit ik meestal niet in een 'pas ontworpen, nieuwe stijl wachtkamer', maar in gangen waar al generaties zich ergerden aan de bureaucratie. De diensters hebben geen nieuw ontworpen vriendelijkheid uitstralend tenue aan, maar een klof, dat al te lang meegaat en gebruikssporen draagt. Zo is mijn deelgemeente gehuisvest in een gebouw dat daar een eeuw geleden voor ontwerpen werd. (zie foto)

In de orgware is de situatie net zo: Het  Duitse mediatoezicht geschiedt regionaal met gremiums. Ook al is er een internetrevolutie en commerciële televisie, het gebeurt nog net zoals na de oorlog besloten werd. Centrale macht in de media mag nooit meer voorkomen. Ik interviewde onlangs een toezichtvoorzitster en vroeg: "Het systeem loopt toch hopeloos achter, u mist allerlei kansen. Moet dat niet heel snel veranderd?" Zij antwoordde heel kalm: "Over sommige veranderingen moet je gewoon veel tijd laten gaan, dat is beter voor het eindresultaat". Ik was met stomheid geslagen. Ze schaamde zich niet voor traagheid, ze pleitte er zelfs voor. Daarmee deed ze iets dat ik in Nederland nog nooit heb meegemaakt: pleiten voor Traagheid en stroperigheid. "Laten we het kalm aan doen, en er wat tijd overheen laten gaan".

Ook in het genootschap waar ik penningmeester ben, heb ik soms moeite me te beheersen. We beslissen er namelijk volgens het (in Duitsland populaire) konsensus modell: Alleen als niemand tegen een verandering is, gaat het door. Een veranderingsvoorstel wordt aangepast tot iedereen zich er in kan vinden. Er wordt nooit met alleen meerderheid besloten. Veranderingen hebben veel draagvlak, maar per saldo betekend het: Traagheid. Als je iets radicaals wilt, moet je het in stappen doen, en steeds iedereen meekrijgen. Maar het is juist die traagheid die zekerheid geeft, die routines geeft en die tradities laat ontstaan. Traagheid is spiritueler en meer in lijn met het leven. Traagheid maakt je minder zelfgecentreerd. Traagheid laat een rituele kracht ontstaan.

Waarom schrijf ik dat hier op?
Ruimtelijke ordening was ooit een trage discipline; maar zij is te snel geworden. De laatste 20 jaar hebben we ons laten meeslepen in gekkigheid die allerlei snelle jongens verzonnen. De vinex is te snel gebouwd en daarom is ze nu gedateerd. Almere is te snel opgepompt en daarom is ze nu lelijk en onaf.  IJburg is te snel ontwikkeld, daarom moest het 20 keer aangepast en valt het nu tegen. Stadshavens is te snel geïnstalleerd en daarom is het nu weer ontmanteld. En dan heb ik het niet over de het Weena, de Bijlmermeer, de Zuidas en vele andere vormen van opgewonden stedenbouw.

Een nevenproduct van traagheid in planning, is dat tijdens de wachttijd -de tussentijd- een bijzondere conditie ontstaat. Je hebt dan de zekerheid dat er nog een tijdje niets gaat gebeuren. In die tijdsruimte ontstaat zwischenennutzing, kraken en allerlei vormen van tijdelijk en geïmproviseerd gebruik. Met traagheid komt automatisch improvisatieruimte los. Kijk wat er in Berlijn gebeurt in gebieden en panden die door traagheid 20 jaar braak hebben gelegen of leeg stonden. Van Temporäre kunsthal tot zwischennutzungs theaters en van kunst-kraak centra tot kinderopvangplekken. Het vond z'n plek in of op wachtend vastgoed.

Toegegeven: heel soms moet je in dit vak snel handelen, zoals bij de HSL of de vuurwerkramp. De opgave is dan ook anders: je weet wat je te doen staat. Op dat moment is haast geboden maar meestal is het dat niet.
Hoe zou IJburg eruit hebben gezien als het volgens konsensus modell ontwikkeld zou zijn? Er zouden misschien minder woningen hebben gestaan. Er zou zeker minder zijn verdiend. Ik laat dat nu buiten beschouwing maat alle haast in de ruimtelijk ordening werd de laatste decennia gedreven door geld. Het vak Ruimtelijke Ordening moet weer terug naar waar het zijn roots heeft: in traagheid.

Ik roep u daarom allen op weer eens wat minder hard te werken, minder te veranderen, minder te initiëren, minder te willen bewegen. Minder te willen verdienen en minder een punt te willen zetten.
Wees traag.