11/03/2011

Design is een Reuzenkwal

Alhoewel ik al jong les gaf aan architecten, stage liep bij een stedenbouwer, directeur was van een architectuur en stedenbouw-opleiding, in architectenjury’s zat en zit ben noch een architect noch een stedenbouwkundige. Ik heb er de papieren niet voor en ik mag de titel dus niet voeren. Bovendien heb ik nooit een huis gebouwd, niets kwalificeert me dus als architect. Ik ben een designer, daar heb ik voor geleerd. Ik ben bachelor in de industriële vormgeving voor openbare ruimten. Designer of Public Space, in nieuw Nederlands. 

Jarenlang heb ik mijn keuze voor design betreurd. Het ontwerp-debat onder architecten is rijker, de traditie van ontwerpen is groter en de maatschappelijke impact van een gebouw en zeker een hele wijk is groter. “Ik had het moeten doen, zal ik het alsnog doen”, mijmerde ik  dan.  Ik verliet een HTS Bouwkunde opleiding om design te studeren. Ik vond de Jellema Bouwkunde boeken vol met foto's van bouwvakkers die staal vlochten en kruiwagentjes beton storten te archaïsch. Ik had het gevoel terug in de tijd te gaan in plaats van vooruit. Wij leerden doorsneden van houten kozijndetails uit het hoofd terwijl de deuren in de laatste Audi 100 kozijnloos  en zeker niet van hout waren. Ik moest uitgestorven metselverbanden optekenen terwijl Peter Struycken in een intelligente pixeltechniek  -uiteindelijk ook een metselverband- een portret van de koningin maakte. Ik klaagde erover tegen mijn bouwkunde docent, die begrip had voor mijn switch naar industrieel ontwerpen.

Design blijkt erg goed in staat met de tijd mee te veranderen. Design lijkt vooruitgang, verandering en innovativiteit in de genen te hebben. Het vak is op dit moment bij het grote publiek bekender en populairder dan ooit tevoren. (wat dat ook waard mag zijn). Het publiek heeft nog vertrouwen in designers. Dat vertrouwen is vergelijkbaar met dat het vertrouwen dat men vroeger in architecten had. Een architect kon iets oplossen, zoals een geen ander dat kon. Hij kon ook vooruitzien en was toonaangevend in smaakkwesties. 

Door die populariteit groeit design en slokt het andere vakgebieden op. Social design, Designthinking, food-design, interaction design, design management, sustainable design, design strategie en out of the box denken, het zijn stuk voor stuk nieuwe loten aan de stam, waar recentelijk dikke boeken over gepubliceerd zijn. En het merkwaardige is, dat die boeken meestal uitverkocht raken. Design gaat allianties aan met innovatieve technieken en methoden, nieuwe werkwerkwijzen en nieuwe inzichten. Design groeit ongecontroleerd in allerlei richtingen, als ware een reuzenkwal. 

Die ongecontroleerde groei staat in schril contrast tot de situatie in de architectuur en de stedenbouw. Die disciplines lijken alleen maar te krimpen. Waar architecten en stedenbouwkundigen de grootste moeite hebben om hun expertise aan de veranderende maatschappelijke omstandigheden aan te passen, lijken designer er juist in voorop te gaan. 
Designers worden in steeds meer processen en ontwikkelingen betrokken, terwijl architecten en stedenbouwkundige in steeds minder betrokken worden. Dat is des te vreemder omdat ik denk dat de kern van de beide expertises niet veel verschild. Ja, de materialen en de fabricagemethoden verschillen maar het denken -de kernactiviteit van de designer- is eender. Ook denk ik dat designers momenteel bij teveel betrokken worden en architecten bij te weinig, maar dat terzijde. 

Design blijkt een vak dat door zijn geringe expertise ballast en gebrek aan tradities veel buigzamer is dan de architectuur en de stedenbouw. Aan de gebrekkige expertise en het gebrek aan tradities stoor ik me al zolang ik in design zit. Maar de buigzaamheid van het vak ik fantastisch.