World

1/02/2012

Moneyshot

Tijdschriften, boeken en beurzen zijn al lang niet meer de dominante media om in gezien te worden. Het internet heeft die rol volledig over genomen. Iedereen kan er zichtbaarheid genereren, en doet dat ook. Hoeveel nieuwsbrieven van collega’s krijgt u?

Op het internet wordt zichtbaarheid teruggebracht in twee dimensies. We maken ontwerpen op hun visuele, tweedimensionale zichtbaarheid. De zichtbaarheidskwaliteit loopt in ons hoofd mee. Een project moet goed uit te leggen zijn aan een breed publiek, niet alleen aan de opdrachtgever. Concepten moeten tot begrijpelijke schema’s of striptekeningen gereduceerd, zoals de visuele 1 + 1 = 2 analogieën. Het schetsontwerp moet sexy ogen en de foto’s van het opgeleverde werk moeten er hoopvol uitzien.


Wie seniorenwoningen maakt die uitblinken in effectieve plattegronden, goede bereikbaarheid, toepassing van aardwarmte, of brede participatie in het ontwerp heeft het moeilijk. Die waarden zijn niet in beeld te vatten. Maar wie seniorenwoningen maakt in een ongebruikelijk materiaal, een ongebruikelijk constructie of met een bijzondere zichtas, is vel beter af: het is vast te leggen in een moneyshot.


Moneyshot staat nog niet in de woordenboeken als architectuurterm, maar dat is een kwestie van tijd. Het wordt al door iedereen gebruikt. De term komt uit de filmindustrie en staat voor dat ene shot dat buitengewoon veel moeite of geld kost, maar waarvan verwacht wordt dat het volgend werk en aandacht op gaat leveren.

Voor het moneyshot stuurt een architect of stedenbouwkundige zijn eigen fotograaf op pad. Zijn beelden worden digitaal de wereld in geschoten. De pers heeft niet meer de budgeten om projecten zelf te fotograferen. Beeldmateriaal bij publicaties wordt aangeleverd door de ontwerpers en initiators. Het beeld regisseren is daarmee onderdeel geworden van het werk van de ontwerper. Net zoals de (pers)teksten trouwens. De regie van het ontwerp gaat  dus tot en met haar beeldvorming.
Architectuurfotografen werken niet bij somber weer waardoor het nooit regent in onze vaktijdschriften. Bovendien klikken de camera’s vlak na oplevering maar voor de verhuizing dus zien we nooit gebruikssporen, vochtplekken, verzakkingen, dode beplanting en volgroeide bomen. We zien geen Ikea vasen, lelijke, ongestreken dekbedovertrekken en kapotte ruiten. Het moneyshot toont sowieso zelden gebruikers. Zelfs in woonhuizen zien we geen bewoners. Op kinderkamers is het spik en span, en als er al een kind te zien is, dan is het een gestylede, welhaast levenloze variant. Op artist impressions en collages zijn altijd vrolijke skaters te zien, knappe jonge vrouwen en een enkele bejaarde, liefst met een stok. Ze staan nooit in groepen bij elkaar maar in kleine plukjes en relatief veel alleen.

Het is verleidelijk om over deze ontwikkeling gewetensvol te zijn: ‘laat u niet om de tuin leiden door de plaatjesmakers van deze wereld’. Blijf ruimtelijke kwaliteit ruimtelijk beoordelen. Ja, er treedt een vervlakking op is onze waardering van kwaliteit: schermkwaliteit verdringt echte kwaliteit.
Maar er zitten meer kanten aan de zaak. Het moneyshot dwingt tot beeldend samenvatten, de essentie van een project in een beeld te vatten. Door de overload van beelden reduceren we een gebouw in onze hersenen tot één beeld. Vak beoefenaars moeten zich aanpassen aan een veranderende tijd en reductie van beeld hoort daar bij.

En was het vroeger niet net zo? Hoeveel beelden staan op mijn netvlies van Oscar Niemeijer’s Brazilia? Eigenlijk ook alleen zijn Moneyshots avant la lettre. Dat zelfde geld voor de Kathedraal van Rochamps en het Rietveld huis. Beeldcultuur reduceert al veel langer dan het internet bestaat. De representatie van ons vak is al veel lang ook tweedimensionaal.

Bovendien bieden de gedemocratiseerde nieuwe media gelijkwaardige kansen aan iedereen om zijn project te tonen. Ik zie regelmatg fantastische projecten van volgslagen onbekende ontwerpers. Zoals onlangs een demonstatie hoe je gloeilampen in sloppenwijk-woningen  vervangen kunnen worden door een gebruikte colafles in het dak te monteren. Zonder social media zou het project niet bekent zijn geworden.

Het zelfde geld voor de Stop motion graffiti projecten, waarbij straatschilderwwerk dag voor dag gefilmd wordt. Het bestaat dankzij de nieuwe media. Er het leidt tot inspirerende collectieven zoals blublu.org.  Het leidt ook tot nieuw engagement dat aangezwengeld wordt door social media.
Moneyshots zijn de bakkbiljetten in de economie van de aandacht. Voor een deel zijn ze te koop, voor een deel ook niet. Dat maakt ze interessant.


Deze column is gepubliceerd in het tijdschrift Stedenbouw & Ruimtelijke Ordening (tijdschrift van het Nirov): klik hier